Geneesmiddelen worden ingezet om ziekten te genezen, de gevolgen van een ziekte te beperken, ziekten te voorkomen of om een ziekte vast te stellen. Een geneesmiddel wordt pas tot de markt toegelaten als deze als zodanig is geregistreerd bij het College ter beoordeling van geneesmiddelen (CBG). Wie vervolgens die geneesmiddelen mag verkopen, is vastgelegd in de Geneesmiddelenwet. Geneesmiddelen zijn er in 2 soorten: receptgeneesmiddelen en niet-receptgeneesmiddelen. Receptgeneesmiddelen zijn alleen op doktersrecept verkrijgbaar, via de apotheek. De niet-receptgeneesmiddelen, ofwel zelfzorggeneesmiddelen, worden in de Geneesmiddelenwet ingedeeld in 3 groepen:
- UA-middelen (verkoop Uitsluitend via Apotheek)
- AV-middelen (Algemene Verkoop, vrije verkoop).Geneesmiddelen met de AV-status zijn geneesmiddelen met een verwaarloosbaar risico waardoor deskundig toezicht bij de verkoop niet nodig is.
- UAD-middelen (verkoop Uitsluitend via Apotheken en Drogisterijen).
- toezicht drogist - de terhandstelling van zelfzorggeneesmiddelen gebeurt onder verantwoordelijkheid en onder toezicht van een drogist;
- adviesplicht – klanten die een zelfzorggeneesmiddel aanschaffen, moeten op duidelijke wijze worden ingelicht over de aard en het doel van het geneesmiddel en de te verwachten gevolgen en risico's daarvan voor zijn gezondheid, tenzij de klant te kennen heeft gegeven geen behoefte te hebben aan advies;
- geen voorlichting door onbevoegd personeel – alleen drogisten en assistent-drogisten mogen voortaan voorlichting geven over zelfzorggeneesmiddelen;
- voldoende (assistent-)drogisten op de werkvloer – er moeten voldoende drogisten en assistent-drogisten aanwezig zijn die deze voorlichting kunnen geven.





