CBD maakt bezwaar tegen Inspectie

25 juni 2018

Het toezicht van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) op de wijze van verkoop van UAD-geneesmiddelen in supermarkten van Albert Heijn is naar oordeel van het CBD inadequaat. CBD heeft dan ook daartegen formeel bezwaar aangetekend. De verkoop in de winkels van AH van UAD-geneesmiddelen (uitsluitend geschikt voor verkoop door apotheek en drogist) voldoet volgens CBD niet aan de wettelijke eis van verantwoorde zorg. “Drogisten leveren verantwoorde zorg aan hun klanten bij de verkoop van UAD-geneesmiddelen en zowel consumenten als drogisten mogen verwachten dat de IGJ erop toeziet dat ook andere aanbieders verantwoorde zorg leveren”, stelt mr. Marten Hummel, directeur van het CBD. Het CBD heeft de IGJ dan ook verzocht om alsnog handhavend op te treden.

Sinds november 2017 liggen in winkels van AH UAD-geneesmiddelen in het schap. Klanten kunnen deze geneesmiddelen ongezien meenemen en afrekenen. De drogist houdt in deze winkels niet daadwerkelijk actief toezicht, er wordt niet actief nagegaan of de klant behoefte heeft aan advies en in de supermarkten hangt bij het schap van de UAD-geneesmiddelen een beeldscherm en telefoon waarmee de klant contact kan leggen met een ‘drogist op afstand’.

In strijd met wettelijke verplichting

Deze wijze van verkoop is volgens het CBD in strijd met de wettelijke verplichting om bij de verkoop van UAD-geneesmiddelen verantwoorde zorg te verlenen. “Consumenten overschatten namelijk vaak de eigen kennis van zelfzorggeneesmiddelen en zij onderschatten de risico’s ervan waardoor deze middelen onbedoeld verkeerd gebruikt worden. Goede voorlichting over aankoop en juist gebruik van UAD-geneesmiddelen is dan ook noodzakelijk. Daarom moet bij de aankoop van deze middelen actief gevraagd worden of de klant nog behoefte heeft aan advies. In de winkel moeten ook voldoende goed opgeleide en nageschoolde (assistent-)drogisten aanwezig zijn die de klant persoonlijk adviseren over het juist en veilig gebruik van UAD-geneesmiddelen.  Ook verwijst de drogist de consument door naar de huisarts als dat nodig is. Verder is het belangrijk dat een drogist actief toezicht houdt zodat bijvoorbeeld de klant niet onopgemerkt een veelvoud verpakkingen van bijvoorbeeld pijnstillers afrekent en meeneemt. Dát is de wettelijk vastgelegde verantwoorde zorg die de wet verlangt bij de verkoop van UAD-geneesmiddelen. Hierop moet de consument kunnen vertrouwen. Een schermpje bij de schappen waarmee met een drogist op het hoofdkantoor gebeld kan worden is onvoldoende voor het leveren van verantwoorde zorg.”

Handhavingsverzoek

Het borgen van verantwoorde zorg bij de verkoop van UAD-geneesmiddelen, is een van de speerpunten van het CBD. In ons land houdt de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) toezicht op de naleving van de wettelijke verplichting tot het leveren van verantwoorde zorg. Voldoet een verkooppunt daar niet aan, dan treedt de inspectie op, ongeacht of het om een drogist, apotheek of supermarkt gaat. De inspectie kan dan ‘passende maatregelen’ nemen.
Eind vorig jaar heeft het CBD naar aanleiding van de 'drogist op afstand' een zogenaamd handhavingsverzoek ingediend bij de IGJ. Naar aanleiding hiervan heeft de IGJ bij drie supermarkten een inspectiebezoek gebracht waarvan er twee werkten met het concept ‘drogist op afstand’ bij de verkoop van UAD-geneesmiddelen.

Recent heeft de inspectie een beslissing op het handhavingsverzoek van CBD genomen. Uit deze beslissing valt op te maken dat het concept ‘drogist op afstand’ door de IGJ wordt toegestaan zo lang er gedurende de openingstijden van de supermarkt een drogist of assistent-drogist in de supermarkt aanwezig is om desgevraagd te adviseren over het gebruik van UAD-geneesmiddelen. Volgens de IGJ is er geen verplichting om bij de klant na te gaan of er behoefte is aan advies over de UAD-geneesmiddelen: een bordje in de winkel met een verwijzing naar de mogelijkheid om aan een (assistent-)drogist advies te vragen is voldoende aldus de IGJ.

Bezwaar CBD

Het CBD heeft bezwaar aangetekend tegen deze beslissing. Volgens het CBD is wijzen op de mogelijkheid om advies te vragen onvoldoende: voor verantwoorde zorg is het noodzakelijk om actief na te gaan of een klant behoefte heeft aan advies. Ook heeft de IGJ niet gekeken of de toezichthoudende drogist in de bezochte supermarkten daadwerkelijk toezicht heeft uitgeoefend. Wordt er wel in de gaten gehouden met hoeveel verpakkingen diclofenac klanten de winkel verlieten?
Verder heeft de IGJ niet beoordeeld of (assistent-)drogisten in de supermarkten een juist advies geven volgens de norm van verantwoorde zorg. Ook moet duidelijk zijn dat een schermpje bij de schappen waarmee de consument met een drogist op het hoofdkantoor kan bellen, onvoldoende is voor het leveren van verantwoorde zorg.

Als onderdeel van het bezwaar heeft het CBD de IGJ verzocht om alsnog handhavend op te treden.